Melig takmos (Ramalina farinacea)
Betekenis naam: De Nederlandse en wetenschappelijke naam geven hier eigenlijk hetzelfde aan. Ramalina komt van het Latijnse ramale dat ‘twijgjes’ of ‘takjes’ betekent. Farinacea betekent ‘melig’. Melig takmos is een korstmos dat vanuit een enkele stam als een klein struikje uitgroeit, en vele vertakkingen heeft. Vaak is het bedekt met een soort melige puntjes: de sporen waarmee de soort zich verspreidt. Het woord mos betekende oorspronkelijk ‘moerassige grond’ en is in betekenis later uitgebreid tot ‘veengrond’ en ‘plek waar veel mos groeit’. Deze vermenging van betekenissen komt voor in verschillende Germaanse talen, maar niet daarbuiten. Hierbij moet aangetekend worden dat groot dooiermos geen echt mos is, maar een korstmos: een symbiose tussen een schimmel en een alg of cyanobacterie.
Melig takmos komt vrij algemeen voor in Nederland, en groeit graag op de schors van loofbomen. Vooral die met een wat ruwere schors. Uit onderzoek is gebleken dat dit korstmos (onder andere bestaande uit de schimmel Ramalina farinacea) niet met één, maar met maar liefst twee verschillende soorten groenwier van het geslacht Trebouxia samenleeft. Dit geeft het korstmos een grote flexibiliteit om onder verschillende lichtomstandigheden en bij verschillende temperaturen te kunnen overleven.
Eukaryoten – Opimoda – Podiata – Amorphea – Obazoa – Opisthokonta – Holomycota – Zoosporia – Opisthosporidia – Schimmels – Eumycota – Symbiomycota – Dikarya – Ascomycota – Saccharomyceta – Pezizomycotina – Leotiomyceta – Dothideomyceta – Lecanoromycetes – OSLEUM clade – Lecanoromycetidae – Lecanorales – Ramalinaceae – Ramalina
