Boerenkrokus

Boerenkrokus (Crocus tommasinianus)

Betekenis naam: Het woord krokus komt via het Latijnse crocus en het Griekse krókos uit het Arabisch en betekent ‘saffraan’. Saffraan als specerij wordt gewonnen uit een andere soort krokus (Crocus sativa). Het is niet geheel duidelijk waarom we dit de boerenkrokus noemen. Etymologisch duidt het woord boeren- vaak aan dat het om een grovere of ruwere plant gaat (zoals boerenkool). Of wellicht is het om aan te duiden dat het een algemenere soort is (de boerenkrokus verwildert makkelijk). Tommasinianus is vernoemd naar Muzio de Tommasini (1794-1879), een Italiaanse onderzoeker van de flora van Dalmatië.

De boerenkrokus komt oorspronkelijk uit de Balkan, maar is inmiddels ingeburgerd in Nederland. Het is een echte stinsenplant (een plant die ooit als sierplant is geïmporteerd voor gebruik bij landhuizen, kastelen etc.) die zich verder verspreid heeft. Kenmerkend is dat de bloemblaadjes zich bij veel zon heel ver openvouwen. In vergelijking met de bonte krokus is de kelkbuis wit en is het blad veel dunner. Met een doorsnede van maar een paar millimeter lijkt het haast op gras, maar dan met een lichte streep in het midden.

Eukaryoten – Diaphoretickes – Archaeplastida – Planten – Streptophyta – Phragmoplastophyta – Landplanten – Polysporangiophyta – Vaatplanten – Euphyllophyta – Zaadplanten Bedektzadigen – Mesangiospermae – Eenzaadlobbigen – Asparagales Lissenfamilie – Crocoideae – Ixieae – Krokus

Plaats een reactie