Eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea)
Betekenis naam: We kennen de eikenprocessierups vooral in het larve-stadium, dus is de benaming -rups het meest gangbaar. Er wordt ook wel gesproken over de eikenprocessievlinder. De naam komt van de waardplant (eiken) van de rups en het bekende gedrag waarin ze zich in processie over de boom verplaatsen. De soortaanduiding processionea betekent vrij vertaald ‘processievormend’. Thaumetopoea komt van de Griekse woorden thaumatóeis (‘geweldig’, ‘wonderbaarlijk’) en poieîn (‘creëren’) en betekent dus zoiets als ‘wonder creërend’. Het is mij niet duidelijk waarom die naam gekozen is.
De eikenprocessierups is als vlinder een onopvallende, nachtelijke verschijning. De rupsen zijn bekender, omdat ze soms een ware plaag kunnen vormen. Berucht zijn de brandharen die bij mensen en dieren voor flinke irritatie kunnen zorgen op de huid en slijmvliezen. Dit gebruikt de rups als verdediging tegen zoogdieren. Vogels zoals de koolmees kunnen er beter tegen en zijn geduchte natuurlijke tegenstanders. De rupsen zitten overdag meestal samen bij elkaar in hun nest, vaak bij een dikke tak of aan de stam van de boom, op een plek met veel schaduw. Bij schemering of erg bewolkt weer verlaten ze in processie hun nest en klimmen omhoog naar de bladeren van de boom. Verspreid over Europa gebruikt de rups diverse soorten eik als waardplant. In Nederland ligt de voorkeur echter duidelijk bij de zomereik en laat de rups de Amerikaanse eik links liggen. Alleen bij grote voedselschaarste wijkt de rups soms uit naar andere bomen, zoals de beuk of kastanje.
Eukaryoten – Unikonta – Obazoa – Opisthokonta – Holozoa – Filozoa – Dieren – Eumetazoa – ParaHoxozoa – Bilateria – Nephrozoa – Protostomia – Ecydsozoa – Panarthropoda – Tactopoda – Geleedpotigen – Pancrustacea – Zespotigen – Insecten – Dicondylia – Pterygota – Metapterygota – Neoptera – Eumetabola – Endopterygota – Panzygothoraca – Panorpida – Amphiesmenoptera – Vlinders – Glossata – Coelolepida – Myoglossata – Neolepidoptera – Heteroneura – Eulepidoptera – Ditrysia – Apoditrysia – Obtectomera – Macroheterocera – Noctuoidea – Tandvlinders – Thaumetopoeinae – Thaumetopoea
