Schapenzuring (Rumex acetosella)
Betekenis naam / etymologie: De naam zuring is vanwege de kenmerkende zure smaak, en het feit dat de plant veel oxaalzuur bevat. Ook de soortnaam acetosella verwijst naar het zure karakter: acetum is ‘azijn’ in het Latijn. Acetosella is echter een verkleinwoord, en geeft aan dat schapenzuring minder zuur is dan andere soorten en daarmee beter geschikt is voor consumptie. Rumex werd in het Latijn ook al gebruikt voor dit plantengeslacht. Vermoedelijk omdat dit woord ook ‘pijl’ of ‘speer’ betekent. Dit kan een verwijzing zijn naar de vaak langwerpige, puntige bladeren. We noemen dit schapenzuring omdat de plant niet alleen door schapen gegeten wordt, maar ook omdat hij veel op magere grond groeit waar men vaak de schapen liet grazen.
Schapenzuring komt algemeen voor in Nederland en is inheems in het gehele palearctische gebied en zuidelijk Afrika. Ook in Zuid- en Noord-Amerika komt het als ingevoerde plant wijdverspreid voor. De plant is goed eetbaar met een friszure smaak. Vanwege het oxaalzuur staat de plant ook te boek als zwak giftig. Maar met mate is de plant best te consumeren. Je vindt de plant vooral langs de rand van heidevelden, op schrale graslanden en in bermen.
Eukaryoten – Diaphoretickes – Archaeplastida – Planten – Streptophyta – Phragmoplastophyta – Landplanten – Polysporangiophyta – Vaatplanten – Euphyllophyta – Zaadplanten – Bedektzadigen – Mesangiospermae – ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen – Geavanceerde tweezaadlobbigen – Pentapetalae – Superasteriden – Caryophyllales – Polygonineae – Duizendknoopfamilie – Polygonoideae – Rumiceae – Zuring





Links:
Naturalis bioportal
Verspreidingsatlas
Waarneming
Wikipedia
Wilde planten