Hulst (Ilex aquifolium)
Etymologie / betekenis naam: Hulst heeft verwante woorden in diverse hedendaagse en oude Germaanse talen (zoals het Engelse holly) en voert terug op het Protogermaanse *huli-. Dit is nog verder te herleiden tot aan het Proto-Indo-Europese *kel-, dat ‘prikken’ of ‘steken’ betekent, vanwege het stekelige blad. Ilex was de Latijnse naam voor de steeneik (Quercus ilex), en werd gekozen als geslachtsnaam voor hulst, vanwege de gelijkenissen van het blad met die van deze eik. Aquifolium is samengesteld uit de Latijnse woorden acus (‘naald’ of ‘scherpe punt’) en folium, en betekent dus ‘blad met scherpe punten’.
Een heel bekende inheemse struik, die naast zijn natuurlijke voorkomen ook veel wordt aangeplant in parken en tuinen. Het is de enige in zijn plantenfamilie die in Nederland voorkomt. De bladeren en de bessen zijn giftig. Ook vogels eten de bessen pas als er geen andere opties meer zijn. Na een periode met vorst verdwijnt de giftigheid en worden de vruchten wel door dieren gegeten. Hulst is tweehuizig: er zijn struiken met enkel mannelijke bloemen (met zichtbare meeldraden), en struiken met vrouwelijke bloemen (met groene vruchtbeginsels) die later bessen vormen. Soms hebben de blaadjes geen stekels. Dit doet de plant om energie te sparen. In dit geval zijn vaak alleen de blaadjes die risico lopen op vraat (door bijvoorbeeld herten) degene die stekels hebben.
Eukaryoten – Diaphoretickes – Archaeplastida – Planten – Streptophyta – Phragmoplastophyta – Landplanten – Polysporangiophyta – Vaatplanten – Euphyllophyta – Zaadplanten – Bedektzadigen – Mesangiospermae – ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen – Geavanceerde tweezaadlobbigen – Pentapetalae – Superasteriden – Asteriden – Euasteriden – Campanuliden – Aquifoliales – Aquifoliaceae – Ilex





Links:
Botanische tuinen
Flora van Nederland
Naturalis bioportal
Nederlands soortenregister
Verspreidingsatlas
Waarneming
Wikipedia
Wilde planten