Rhododendron calendulaceum
Etymologie / betekenis naam: Rhododendron is een samenvoeging van de Griekse woorden rhódon (‘roos’) en déndron (‘boom’) en betekent dus zoveel als ‘boom met fraaie bloemen’. Calendulaceum betekent ‘met de kleur van Calendula’, waarbij Calendula de geslachtsnaam van de goudsbloem is. Deze kleur is de oorspronkelijke kleur van de bloei van R. calendulaceum, maar er zijn cultivars in diverse andere kleuren.
Rhododendron calendulaceum is een een struik die tussen de 120 en 450 cm hoog wordt. Hij komt oorspronkelijk uit de Appalachen in de Verenigde Staten, maar is als tuinplant te vinden over de hele wereld. Ook in het wild is er veel variatie in de kleur van de bloemen, iets dat met cultivars flink werd uitgebuit. Deze struik is bladverliezend, in tegenstelling tot de meeste rododendron soorten. R. calendulaceum wordt soms wel de vlamazalea genoemd, waarbij ‘vlam’ waarschijnlijk verwijst naar de kleuren van de bloei. Azalea was een geslacht dat door Linnaeus werd beschreven, maar al snel bleek dat dit niet houdbaar was en werd dit geslacht ondergebracht in het geslacht Rhododendron. De naam azalea is in het dagelijks spraakgebruik blijven hangen, onder andere voor de soorten in de sectie Pentanthera.
Eukaryoten – Diaphoretickes – Archaeplastida – Planten – Streptophyta – Phragmoplastophyta – Landplanten – Polysporangiophyta – Vaatplanten – Euphyllophyta – Zaadplanten – Bedektzadigen – Mesangiospermae – ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen – Geavanceerde tweezaadlobbigen – Pentapetalae – Superasteriden – Asteriden – Ericales – Ericoiden – Heidefamilie – Ericoideae – Rhodoreae – Rhododendron – Rhododendron subg. Hymenanthes – Rhododendron sect. Pentanthera




