Zilverlinde (Tilia tomentosa)
Etymologie / betekenis naam: De naam linde voert terug op het Protogermaanse lind(j)ō- waarmee bomen uit dit geslacht werden aangeduid. We noemen dit de zilverlinde vanwege de zilverwitte onderzijde van de bladeren. De Latijnse naam Tilia is verwant aan de Griekse woorden ptelea |(‘iep’) en tiliai (‘zwarte populier’), alhoewel dit geen nauw verwante bomen zijn. Al deze woorden voeren terug op het Proto-Indo-Europese *ptel-ei̯ā dat ‘breed’ betekent, mogelijk in de betekenis van ‘brede bladeren’. Tomentosa betekent ‘bedekt met haren’. Ook dit verwijst naar de onderzijde van de bladeren, waar de zilverwitte kleur wordt veroorzaakt door kleine witte haartjes.
De zilverlinde komt oorspronkelijk uit Oost-Europa, met een leefgebied van Hongarije tot aan het westen van Oekraïne en het noorden van Turkije. Het is een makkelijke boom die veel kan verdragen, waardoor hij ook in Nederland geschikt is voor aanplant in parken en langs straten. Hij bloeit half juli met sterk geurende bloemen, die een grote aantrekkingskracht op insecten hebben. De bloesem produceert echter erg weinig nectar. Omdat insecten er toch op af komen, komt het voor dat ze uitgehongerd raken en dood uit de boom vallen. Voor vermeerdering in Nederland vindt vaak enting plaats op een onderstam van een zomerlinde. Er zijn verschillende cultivars, waaronder de hangende zilverlinde, die soms mogelijk hybrides zijn.
Eukaryoten – Diaphoretickes – Archaeplastida – Planten – Streptophyta – Phragmoplastophyta – Landplanten – Polysporangiophyta – Vaatplanten – Euphyllophyta – Zaadplanten – Bedektzadigen – Mesangiospermae – ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen – Geavanceerde tweezaadlobbigen – Pentapetalae – Superrosiden – Rosiden – Eurosiden – Malviden – Malvales – Kaasjeskruidfamilie – Tilioideae – Linde



Links:
Naturalis bioportal
Nederlands soortenregister
Verspreidingsatlas
Waarneming
Wikipedia