Gele morgenster (Tragopogon pratensis subsp. pratensis)
Etymologie / betekenis naam: De morgenster dankt haar naam aan het feit dat de bloemen vooral in de ochtend te zien zijn, en dat zij zich in de vroege middag al sluiten. Gele is ter onderscheid van onder andere de paarse morgenster. Tragopogon komt van het Griekse tragos (‘bok’) en pogon (‘baard’), dus ‘boksbaard’, dat verwijst naar het grove vruchtpluis. Volgens andere bronnen verwijst ‘boksbaard’ naar het rafelige uiterlijk van de puntige omwindselbladeren bij het dichtgevouwen bloemhoofd. Pratensis betekent ‘in weiden groeiend’.
De gele morgenster is een ondersoort van Tragopogon pratensis. Een twee andere ondersoorten die in Nederland te vinden zijn, zij het zeldzamer, zijn de oosterse morgenster en de kleine morgenster. Eenjarig, maar meestal overblijvend, en te vinden in weilanden en langs wegen en dijken. Meestal overwinter de plant één of meerdere jaren als rozetplant, alvorens te gaan bloeien. De gehele plant is eetbaar, van de lange penwortel tot de bladeren, de bloemblaadjes en de bloemknoppen.
Eukaryoten – Diaphoretickes – Archaeplastida – Planten – Streptophyta – Phragmoplastophyta – Landplanten – Polysporangiophyta – Vaatplanten – Euphyllophyta – Zaadplanten – Bedektzadigen – Mesangiospermae – ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen – Geavanceerde tweezaadlobbigen – Pentapetalae – Superasteriden – Asteriden – Euasteriden – Campanuliden – Asterales – Composietenfamilie – Cichorioideae – Cichorieae – Scorzonerinae – Morgenster – Tragopogon pratensis



Links:
Botanische tuinen
Flora van Nederland
Naturalis bioportal
Nederlands soortenregister
Verspreidingsatlas
Waarneming
Wikipedia