Japanse sierkers (Prunus nipponica)
Etymologie / betekenis naam: De herkomst van de naam Prunus is onzeker. Een mogelijkheid is dat het gebaseerd is op het Oudgriekse prooinos, dat ‘voortijdig’ betekent, vanwege de vroege rijpheid van de wilde pruim. Nipponica is afgeleid van Nippon, de Japanse naam voor Japan, en betekent dus ‘afkomstig uit Japan’. Het woord kers komt via het Latijnse cerasus van het Griekse kérasos, wat toen ook al aanduidingen waren voor de vrucht en de boom. We noemen dit de Japanse sierkers, omdat hij onder meer in Japan wordt aangetroffen. Het woordje sier- geeft aan dat deze boom vooral vanwege de fraaie bloesem bekend is, en minder om zijn vruchten.
Een sierkers die behoort tot de echte kersen, en meestal de vorm van een struik aanneemt. In principe zijn de vruchten eetbaar, maar vaak ontstaan aan sierkersen amper vruchten. En soms zelfs helemaal niet. Het is ook de vraag hoe lekker ze zijn, omdat de veel gekweekte bomen niet geselecteerd worden op hun smaak. Van de vrucht kan ook een groene verfstof gemaakt worden.
Ook de bloesem is eetbaar en kan als decoratie worden gebruikt. In Japan worden ook de jonge blaadjes soms gegeten.
Eukaryoten – Diaphoretickes – Archaeplastida – Planten – Streptophyta – Phragmoplastophyta – Landplanten – Polysporangiophyta – Vaatplanten – Euphyllophyta – Zaadplanten – Bedektzadigen – Mesangiospermae – ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen – Geavanceerde tweezaadlobbigen – Pentapetalae – Superrosiden – Rosiden – Eurosiden – Fabiden – Stikstofbindende clade – Rosales – Rozenfamilie – Amygdaloideae – Amygdaleae – Prunus – Prunus subg. Cerasus – section Pseudocerasus

