Blauwe bosbes

Etymologie / betekenis naam: Het woord bes voert terug op het Proto-Germaanse *basija, dat de naam was voor dit soort vruchten, of de plant waar ze aan groeien. Deze bes groeit in het bos. En we noemen dit de blauwe vanwege de kleur van de vrucht en ter onderscheiding van andere verwante bessen. Vaccinium is een oude Latijnse plantennaam, waarmee mogelijk de bosbes werd aangeduid. De oorsprong zou bij het woord bacca (‘bes’) kunnen liggen, al is dit niet zeker. Het heeft etymologisch in ieder geval niets te maken met vaccins of met koeien (waar het woord vaccin mee te maken heeft). Myrtillus betekent ‘kleine mirte’, omdat de blaadjes lijken op die van mirte.

De blauwe bosbes komt vrij algemeen voor in bosrijke gebieden. Daarbuiten is hij afwezig of zeldzaam. De vruchten zijn uitstekend eetbaar en rijk aan vitamine C. In de volksgeneeskunde werd de plant gebruikt om kinderen te ontwormen. Ook zou het goed zijn tegen verstopping. De plant verliest ieder jaar haar bladeren, maar in de eerste jaren blijven de twijgjes zelf groen, zodat er ook in de winter nog fotosynthese plaatsvindt.
De struikjes laten zich niet graag verplaatsen en vermeerderen is lastig. Ondanks de smakelijke vruchten is het economisch niet heel aantrekkelijk om deze plant te verbouwen. In plaats daarvan wordt de verwante Amerikaanse blauwe bes (of trosbosbes) gebruikt.

Eukaryoten – Diaphoretickes – Archaeplastida – Planten – Streptophyta – Phragmoplastophyta – Landplanten – Polysporangiophyta – Vaatplanten – Euphyllophyta – Zaadplanten Bedektzadigen – Mesangiospermae – ‘nieuwe’ Tweezaadlobbigen – Geavanceerde tweezaadlobbigen – Pentapetalae – Superasteriden – Asteriden Ericales Ericoiden Heidefamilie – Vaccinioideae – Vaccinieae – Bosbes – Vaccinium subg. Vaccinium – sect. Myrtillus

Links:
Botanische tuinen
Flora van Nederland
Naturalis bioportal
Nederlands soortenregister
Verspreidingsatlas
Waarneming
Wikipedia
Wilde planten

Plaats een reactie